ParkLab

Kennis

Parkeerbalans opstellen: hoe de berekening werkt

Twee hoge woontorens in Den Haag achter bewegwijzering met het aantal vrije parkeerplaatsen

Een parkeerbalans rekent uit hoeveel parkeerplaatsen een plan werkelijk nodig heeft. Je vermenigvuldigt het bouwprogramma met de parkeernorm van de gemeente, en past daar aanwezigheidspercentages op toe: functies die op verschillende momenten piekbelasting hebben, kunnen dezelfde plaatsen delen. Daardoor valt de uitkomst vaak lager uit dan de som van de losse parkeerbehoeftes.

Wanneer je een parkeerbalans nodig hebt

Bij vrijwel elke aanvraag voor een omgevingsvergunning waarbij je bouwt, uitbreidt of het gebruik van een pand verandert, toetst de gemeente of er genoeg parkeerplaatsen zijn. Bij een enkele woning is dat een simpele vermenigvuldiging. Zodra er meerdere functies in één plan zitten, wonen en werken, of winkels en horeca, wordt het een parkeerbalans.

De reden is dat die functies elkaar aanvullen. Een kantoor staat overdag vol en ’s avonds leeg. Bij woningen is het precies andersom. Als ze dezelfde parkeerplaatsen kunnen gebruiken, heb je er minder nodig dan wanneer je beide behoeftes bij elkaar optelt.

CROW omschrijft het doel van een parkeerbalans zo: “Met een parkeerbalans wordt onderzocht of een gecombineerd gebruik van parkeerplaatsen mogelijk is.”

Hoe de berekening werkt

CROW beschrijft een proces van zes stappen, van beleid en het definiëren van het onderzoeksgebied tot en met het bepalen van de balans; ook het bestaande parkeeraanbod hoort daarin geïnventariseerd te worden. Hieronder staat de rekenkern in vier stappen, onze eigen indeling van diezelfde methode, waar de getallen uit komen.

Stap 1. Zet het programma op een rij. Aantal woningen per type en grootte, vierkante meters kantoor, winkel of horeca. Dit is de basis waarop alles rust.

Stap 2. Zoek de parkeernorm op bij de gemeente. Niet bij CROW, en niet bij de buurgemeente. Elke gemeente stelt haar eigen Nota Parkeernormen vast, en die verschillen flink. Zie het overzicht van parkeernormen per Limburgse gemeente.

Belangrijk om te weten: de landelijke CROW-cijfers zijn geen wet. Het Informatiepunt Leefomgeving zegt daarover dat het “geen normen, maar kentallen” zijn waarvan mag worden afgeweken. De gemeentelijke nota is wat telt bij je aanvraag.

Stap 3. Bereken de vraag per moment van de dag. CROW schrijft voor: “Bepaal de parkeervraag per periode van de dag met de parkeerkencijfers uit hoofdstuk 4 of de lokaal geldende parkeernormen.” Je rekent dus niet één totaal uit, maar een reeks: werkdagochtend, werkdagavond, koopavond, zaterdagmiddag, zondagmiddag.

Stap 4. Pas de aanwezigheidspercentages toe. Die zeggen welk deel van de gebruikers van een functie op zo’n moment aanwezig is. Volgens tabel 13 van de CROW-kencijfers 2024 zit een kantoor op een werkdagochtend op 100 procent en op een werkdagavond op 5 procent. Bewoners van woningen zitten ’s ochtends op 60 procent en ’s nachts op 100 procent.

CROW stelt de voorwaarde voor gebruik scherp: pas ze toe “wanneer minimaal twee functies gebruik kunnen maken van dezelfde parkeervoorzieningen, of wanneer twee gebruikersgroepen met verschillende aanwezigheidsprofielen een parkeerbehoefte genereren.”

Het hoogste moment uit die reeks is je parkeerbehoefte. Daar toets de gemeente je plan aan.

Een uitgewerkt voorbeeld

Neem een plan in Schil Centrum in Venlo: veertig koopappartementen van meer dan honderd vierkante meter, met op de begane grond zeshonderd vierkante meter kantoor zonder baliefunctie.

Alle normen hieronder komen uit de Nota parkeernormen Venlo 2026, bijlage 5.3, voor de zone Schil Centrum. De aanwezigheidspercentages komen uit tabel 13 van de CROW-kencijfers 2024. Venlo baseert zijn eigen percentagetabel op diezelfde publicatie: “Navolgende aanwezigheidspercentage zijn gebaseerd op de meest recente CROW-publicatie (2024).”

Stap 1 en 2, het programma maal de norm:

Let op dat het bezoekersaandeel er bovenop komt en er niet in zit. Venlo zegt dat met zoveel woorden: de woningnormen zijn “exclusief de geldende parkeernorm voor bezoekers”.

Simpel opgeteld kom je op 61,3, dus 62 parkeerplaatsen.

Stap 3 en 4, de aanwezigheid per moment:

Moment Bewoners (48) Bezoekers (4) Kantoor (9,3) Totaal
Werkdagochtend 60% = 28,8 40% = 1,6 100% = 9,3 39,7
Werkdagmiddag 60% = 28,8 50% = 2,0 100% = 9,3 40,1
Werkdagavond 90% = 43,2 75% = 3,0 5% = 0,47 46,7
Werkdagnacht 100% = 48,0 0% = 0 0% = 0 48,0
Koopavond 80% = 38,4 70% = 2,8 5% = 0,47 41,7
Zaterdagmiddag 75% = 36,0 100% = 4,0 0% = 0 40,0
Zondagmiddag 75% = 36,0 90% = 3,6 0% = 0 39,6

Het maatgevende moment is de werkdagnacht, met 48,0. Dat is de parkeerbehoefte: 48 plaatsen, in plaats van de 62 uit de simpele optelsom.

Dat de nacht maatgevend is, is geen toeval. Dan zijn alle bewoners thuis en staat het kantoor leeg. Het kantoor voegt op dat moment niets toe aan de vraag, en juist daarom hoef je er geen aparte plaatsen voor aan te leggen.

Dat is een verschil van veertien plaatsen, oftewel bijna een kwart minder dan de optelsom. Op een binnenstedelijke locatie is dat het verschil tussen een plan dat past en een plan dat niet past.

Reken dit niet klakkeloos na voor je eigen plan. Deze getallen gelden voor één zone in één gemeente. Zoek de normen op in de nota van de gemeente waar jij bouwt, en controleer of die gemeente eigen aanwezigheidspercentages hanteert.

Waarom de uitkomst lager mag zijn

Het klinkt als rekenen naar een gewenste uitkomst, maar dat is het niet. Je berekent de werkelijke gelijktijdige vraag in plaats van een theoretisch maximum dat zich nooit voordoet. De bewoners die ’s avonds thuis zijn, staan overdag met hun auto op het werk. Als je voor beide situaties een aparte plaats aanlegt, ligt er een deel van de dag een lege plaats.

De voorwaarde is wel dat die plaatsen ook echt gedeeld kunnen worden. Venlo noemt daarvoor drie eisen in zijn nota. De parkeerplaatsen “hebben een openbaar karakter en zijn niet gereserveerd of toegewezen aan specifieke gebruikersgroepen”, ze moeten “zich binnen de maximaal acceptabele loopafstand bevinden die geldt voor de betreffende functie(s) en gebruikersgroepen”, en ze zijn “bereikbaar en fysiek toegankelijk voor alle gebruikersgroepen”.

Dat eerste punt is waar een parkeerbalans in de praktijk het vaakst op sneuvelt. Een afgesloten parkeergarage waar alleen bewoners in kunnen, is toegewezen aan een specifieke gebruikersgroep. Je mag daar dan geen aanwezigheidspercentages op toepassen alsof het kantoor er ook gebruik van maakt.

Wanneer rekenen niet genoeg is

Een parkeerbalans is een berekening op basis van kencijfers, en kencijfers zijn gemiddelden. Soms wijkt de werkelijkheid op een locatie daar aantoonbaar van af.

Het duidelijkste gedocumenteerde voorbeeld komt van de gemeente Roermond zelf. In het collegevoorstel van 16 september 2025 staat dat bij plannen met betaalbare woningen volgens de toenmalige normen “relatief veel parkeerplaatsen nodig zijn wanneer dat aantal wordt afgezet tegen het daadwerkelijk autobezit van deze doelgroep”. De gemeente noemt daarbij de metingen die dat beeld ondersteunen: “Enkele parkeerdrukmetingen bevestigen dit beeld.”

Dat is precies wat een meting doet en een berekening niet kan. Een parkeerdrukmeting laat zien hoeveel plaatsen er op de maatgevende momenten werkelijk bezet zijn. Een parkeermotiefmeting laat zien wie daar staat en waarom, zodat duidelijk wordt of het om bewoners, bezoekers of forenzen gaat.

Wil je een deel van de parkeervraag in de openbare ruimte opvangen, of vraag je om van de norm af te wijken, kijk dan in de nota van je gemeente wat daarvoor aan onderbouwing verlangd wordt. Dat verschilt per gemeente en staat er meestal letterlijk in.

Wat er in de praktijk misgaat

De verkeerde zone aanhouden. Niet alleen de gemeente telt, ook de zone daarbinnen. In het geactualiseerde Roermondse normenkader (het collegevoorstel van 16 september 2025) is de totale norm voor een appartement groter dan 100 vierkante meter, inclusief bezoekersaandeel, 1,1 in het centrum en 2,4 in de overige kernen, op bedrijventerreinen en in het buitengebied. Bij veertig woningen is dat een verschil van 52 parkeerplaatsen, binnen één gemeente.

Rekenen met een verouderde versie van de nota. Nota’s worden vervangen, soms midden in een planproces. De Roermondse Nota parkeernormen 2021 is volgens het officiële register vervallen per 12 november 2025. Een berekening van vlak daarvoor gaat uit van andere getallen dan een aanvraag van vlak daarna.

Het bezoekersaandeel vergeten of erin rekenen. Bij Venlo komt het er bovenop: de woningnormen zijn daar “exclusief de geldende parkeernorm voor bezoekers”. Reken je het mee in plaats van erbij, dan kom je bij veertig woningen vier plaatsen tekort. Andere gemeenten kunnen het anders opbouwen, dus kijk hoe de tabel in jouw nota is opgezet.

Aanwezigheidspercentages toepassen op plaatsen die niet gedeeld kunnen worden. Zie hierboven bij de voorwaarden voor dubbelgebruik. Dit is de klassieker.

Verder lezen

Hulp nodig bij de cijfers

ParkLab voert parkeerdrukmetingen en parkeermotiefmetingen uit: de tellingen op straat waarmee je laat zien wat de werkelijke parkeersituatie op een locatie is. Je krijgt de meetgegevens, de analyse en een rapport dat je bij de gemeente kunt indienen.

ParkLab kan ook de hele parkeerbalans opstellen, inclusief de onderbouwing richting de gemeente.

Bronnen

  1. CROW-kennisbank, Parkeerkencijfers 2024, onderdeel Parkeerbalans (met tabel 13, aanwezigheidspercentages) (geraadpleegd op 8 augustus 2026)
  2. Nota parkeernormen Venlo 2026, bijlage 5.3 (parkeernormen auto) en paragraaf 5.2 (aanwezigheidspercentages) (geraadpleegd op 8 augustus 2026)
  3. Nota parkeernormen 2021 gemeente Roermond, vervallen per 12 november 2025 (geraadpleegd op 8 augustus 2026)
  4. Informatiepunt Leefomgeving, Mobiliteit en parkeren (geraadpleegd op 8 augustus 2026)
  5. Voorstel aan het college van de gemeente Roermond, Actualisatie Nota Parkeernormen, 16 september 2025 (geraadpleegd op 8 augustus 2026)