Wanneer is de parkeerdruk te hoog?

Er bestaat geen landelijke grens voor te hoge parkeerdruk. CROW noemt 85 procent als gebruikelijke grens voor een centrum overdag en 90 procent voor woongebieden. Elke gemeente kiest haar eigen grens: Venlo hanteert 70 procent, Maastricht 80, Sittard-Geleen en Bergen 85. En 'onder de 85 procent' betekent volgens de Raad van State echt onder de 85. Afronden mag niet.
Waarom een straat al vol is bij 85 procent
Bij een parkeerdruk van 85 procent is nog vijftien van elke honderd plaatsen vrij. Toch voelt het dan al vol. Kennisplatform CROW legt uit waarom: “Bij een parkeerdruk tussen 80 procent en 95 procent neemt de zoektijd naar een parkeerplaats over het algemeen sterk toe. Wanneer de zoektijd toeneemt, zal de bereikbaarheid van een locatie afnemen en de verkeersoverlast door zoekverkeer in de omgeving toenemen.”
De vrije plaatsen liggen verspreid, en wie een plek zoekt rijdt rondjes. CROW noemt de parkeerdruk daarom “een kwaliteitsmaat voor de ‘vol-ervaring’ bij parkeerders”. In het Handboek parkeren staat het in drie stappen: onder de 80 procent zijn er “voldoende parkeerplaatsen beschikbaar”, tussen 80 en 90 procent “is er sprake van een behoorlijk lange zoektijd”, en boven de 100 procent “staan er meer voertuigen geparkeerd dan er parkeerplaatsen beschikbaar zijn”.
De grens die CROW noemt
CROW geeft geen wet, maar wel een gebruikelijke grens. Letterlijk: “Voor een stads- en dorpscentrum wordt meestal een parkeerdruk van 85 procent gehanteerd als grenswaarde voor een acceptabele parkeersituatie overdag. Voor de nachtelijke parkeersituatie in het centrum alsmede voor de situatie in woongebieden (dag en nacht) wordt in het algemeen een grenswaarde van 90 procent gehanteerd.”
Het verschil zit in wie er parkeert. “De ondergrens in de parkeerdruk (80 à 85 procent) geldt voor gebieden met veel kortparkeerders en een versnipperd parkeeraanbod. De bovengrens in de parkeerdruk (90 à 95 procent) geldt voor gebieden met voornamelijk langparkeerders en geconcentreerd parkeeraanbod.” Bewoners die hun auto ’s avonds neerzetten en pas ’s ochtends weer wegrijden, veroorzaken minder zoekverkeer dan winkelbezoekers die om de twintig minuten wisselen. Daarom mag een woonstraat voller staan dan een winkelstraat.
Welke grens jouw gemeente hanteert
De grens waaraan een bouwplan wordt getoetst, staat in de nota van de gemeente. Die loopt uiteen, ook binnen Limburg.
| Gemeente | Grens | Waarvoor |
|---|---|---|
| Venlo | 70 procent buiten het centrum, tot 85 met toestemming van het college | Gebruik van openbare plaatsen door een bouwplan |
| Maastricht | 80 procent op gebiedsniveau | Gebruik van openbare plaatsen door een bouwplan |
| Sittard-Geleen | 85 procent, inclusief het tekort van het plan | Vrijstelling van de parkeernorm |
| Bergen (L.) | 85 procent op de drukste momenten, ook na realisatie | Vrijstelling van parkeren op eigen terrein |
| Sint-Michielsgestel | Restcapaciteit is wat er onder 85 procent van de capaciteit vrij is | Gebruik van openbare plaatsen door een bouwplan |
| Delft | 90 procent op straat, 95 procent in garages en op terreinen vanaf 50 plaatsen | Definitie van hoge parkeerdruk |
| Nijmegen | Gemiddeld 80 procent of hoger op drie meetmomenten | Advies om betaald parkeren in te voeren |
Let op de laatste kolom. De grens hangt af van de vraag die erachter zit. Nijmegen gebruikt zijn getal niet voor bouwplannen maar om te beslissen of er betaald parkeren komt: het college krijgt dat advies als “de parkeerdruk in een van stap 1 gedefinieerd gebied op minimaal drie representatieve meetmomenten gemiddeld 80% of hoger is”.
Venlo is streng en zegt ook waarom. De gemeente “is namelijk terughoudend met het ter beschikking stellen van openbare parkeerplaatsen aan ruimtelijke ontwikkelingen. Dit om op voorhand geen (te grote) claim te leggen op andere ruimte-vragende ambities in het openbare gebied (bijvoorbeeld maar niet uitsluitend, op het gebied van vergroening, klimaatadaptie etc.).”
Het getal geldt inclusief jouw plan
Een veelgemaakte denkfout: de straat staat nu op 75 procent, dus onder de grens, dus het plan past. Zo werkt het niet. De grens geldt voor de situatie ná het plan. Sittard-Geleen schrijft dat de parkeerdruk maximaal 85 procent mag zijn “inclusief het tekort aan parkeerplaatsen welke de initiatiefnemer niet op eigen terrein kan realiseren”. Bergen (L.) eist dat de parkeerdruk onder de 85 procent is “en ook na realisatie van het initiatief op de drukste momenten onder de 85% blijft”.
Venlo laat in een rekenvoorbeeld zien hoe je dat uitrekent. Honderd openbare plaatsen, waarvan er op het drukste moment zestig bezet zijn: 60 procent. Het plan komt tien plaatsen tekort. Die tien komen erbij: “de parkeerdruk in de eindsituatie” komt daarmee “op 70% te liggen”. Dat is precies de Venlose grens, en de gemeente gaat akkoord.
Onder de 85 is niet 85
Op 16 juli 2025 deed de Raad van State een uitspraak die laat zien hoe nauw het luistert. In de gemeente Gooise Meren mocht een bouwplan gebruikmaken van openbare parkeerplaatsen als de parkeerdruk “onder de 85%” zou blijven. Het parkeeronderzoek kwam uit op 85,47 procent. Het college rondde dat af naar 85 procent en verleende de vergunning.
De Raad van State ging daar niet in mee. Het college stelde op de zitting dat het in de praktijk een beroep op openbare parkeerplaatsen toestaat “als de parkeerdruk niet hoger wordt dan 85%”. Het oordeel: “Naar het oordeel van de Afdeling is deze door het college omschreven praktijk niet in overeenstemming met het gewijzigde parkeerbeleid, waarvan in het bijzonder paragraaf 3.6.1, omdat de parkeerdruk ‘onder de 85%’ moet blijven.”
Een half procent besliste dus over de vergunning. Dat maakt de manier van meten belangrijk. Sint-Michielsgestel eist niet voor niets dat “de parkeercapaciteit binnen het onderzoeksgebied éénduidig en herleidbaar” wordt vastgesteld. Wie de capaciteit een paar plaatsen te hoog telt, komt onder de grens uit terwijl de straat in werkelijkheid erboven zit.
Wat je hiermee doet
Zoek de grens op in de nota van jouw gemeente. Het verschil tussen 70 en 90 procent is bij honderd plaatsen twintig auto’s.
Reken je eigen plan erbij. De grens geldt voor de situatie na het plan, niet voor de straat zoals die er nu bij ligt.
Meet op het drukste moment. Bergen zegt “op de drukste momenten”, Venlo rekent met “de maatgevende werkdagavond”. Welk moment dat is, staat in het artikel over de meetmomenten van een parkeerdrukmeting.
Laat de capaciteit precies vastleggen. Per straat, per soort plaats, controleerbaar. Zo wordt 85,47 niet stiekem 85.
Een parkeerdrukmeting door ParkLab levert de bezetting per straat en per meetmoment, met de capaciteit erbij, zodat de toets aan de grens van jouw gemeente na te rekenen is.
Verder lezen
- Hoe bereken je de parkeerdruk?, over de formule en wat je meetelt als parkeerplaats
- Op welke momenten meet je parkeerdruk?, over het drukste moment per functie
Deze pagina veroudert
De grens staat in de nota van de gemeente, en die wordt af en toe vervangen. Dit artikel is voor het laatst bij de bron nagelopen in september 2026. Controleer bij een aanvraag altijd de actuele nota van je eigen gemeente.
Bronnen
- CROW-kennisbank, Parkeren en ruimtelijke ordening, De instrumenten van het parkeerbeleid (geraadpleegd op 2 september 2026)
- CROW-kennisbank, Handboek parkeren, onderdeel Parkeerdrukmeting (geraadpleegd op 2 september 2026)
- Nota parkeernormen Venlo 2026, stap 7 (geraadpleegd op 2 september 2026)
- Nota parkeernormen gemeente Maastricht 2021, paragraaf 5.3.6 (geraadpleegd op 2 september 2026)
- Nota Parkeernormen Sittard-Geleen Parkeernormensystematiek, onderdeel Parkeerdrukmeting (geraadpleegd op 2 september 2026)
- Nota Parkeernormen gemeente Bergen (L.), geldend sinds 9 mei 2023 (geraadpleegd op 2 september 2026)
- Nota parkeernormen 2025 gemeente Sint-Michielsgestel, vereisten parkeerdrukmeting (geraadpleegd op 2 september 2026)
- Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023, begrippenlijst en paragraaf 6.5 (geraadpleegd op 2 september 2026)
- Spelregels invoering betaald parkeren 2026, gemeente Nijmegen (geraadpleegd op 2 september 2026)
- Raad van State, uitspraak van 16 juli 2025, zaaknummer 202204456/1/R4, ECLI:NL:RVS:2025:3210 (geraadpleegd op 2 september 2026)