Op welke momenten meet je parkeerdruk?

Je meet parkeerdruk op de momenten waarop de parkeerplaatsen het volst staan. Voor woonstraten is dat de werkdagnacht, want dan zijn alle bewoners thuis. Voor winkels is dat de zaterdagmiddag. Welke momenten precies, spreek je vooraf af met de gemeente. En je meet nooit in een vakantie, bij wegwerkzaamheden of tijdens een evenement.
Waarom het moment zo belangrijk is
Parkeerdruk is een simpel getal: het aantal geparkeerde auto’s gedeeld door het aantal parkeerplaatsen. Kennisplatform CROW omschrijft het zo: “Door het aantal geparkeerde voertuigen te delen op de parkeercapaciteit wordt de bezettingsgraad berekend.”
Het probleem is dat dit getal de hele dag verandert. Een woonstraat staat ’s nachts vol en is overdag half leeg, omdat de bewoners dan op hun werk zijn. Bij een kantorenterrein is het precies andersom. Eén meting op een willekeurig moment zegt daarom weinig. Je moet meten op het moment waarop het er echt op aankomt.
CROW zegt daar iets over dat meteen laat zien waarom de nacht zo vaak terugkomt: “Alleen een parkeerdrukmeting die ’s nachts wordt uitgevoerd, geeft een indruk van het aantal parkeerplaatsen dat door bewoners wordt bezet.”
Welk moment bij welke functie hoort
CROW verdeelt de week in vaste dagdelen: werkdagochtend, werkdagmiddag, werkdagavond, werkdagnacht, koopavond, vrijdagmiddag, vrijdagavond, zaterdagmiddag, zaterdagavond en zondagmiddag. Per functie staat in tabel 13 van de CROW-parkeerkencijfers hoeveel procent van de gebruikers op zo’n moment aanwezig is. Het dagdeel met 100 procent is het drukste moment van die functie.
| Functie | Drukste moment volgens CROW |
|---|---|
| Woningen, bewoners | Werkdagnacht |
| Woningen, bezoekers | Vrijdagavond, zaterdagmiddag en zaterdagavond |
| Kantoren en bedrijven | Werkdagochtend en werkdagmiddag |
| Winkels | Zaterdagmiddag |
| Supermarkt | Zaterdagmiddag |
| Restaurant | Zaterdagavond, als richtgetal |
Dat is meteen de kern van het antwoord. Gaat het om woningen, dan meet je in de werkdagnacht. Gaat het om winkels, dan op zaterdagmiddag. Zitten er meerdere functies in een gebied, dan meet je op meerdere momenten en kijk je welk moment het drukst is.
Waarom de werkdagnacht zo vaak het maatgevende moment is
Het drukste moment heet het maatgevende moment. Heerlen schrijft in zijn Nota Mobiliteitsnormen dat “het drukste moment van de week als maatgevend moment” wordt beschouwd. Bij bijna elk plan met woningen is dat de werkdagnacht, om een simpele reden: dan is iedereen thuis en staat elke auto van de bewoners in de straat.
Maastricht laat in zijn nota zien hoe dat uitpakt bij de verbouwing van een kantoor naar woningen: “In de werkdagnacht leidt een kantoorfunctie tot geen parkeerbehoefte (0% aanwezigheid), dit terwijl alle bewoners in de nieuwe situatie thuis zullen zijn (100% aanwezigheid).” Overdag is er in zo’n plan ruimte genoeg, want de kantoormedewerkers zijn weg. ’s Nachts niet. Daarom is een meting overdag bij een woningplan zinloos, hoe leeg de straat er dan ook bij ligt.
Hoe laat “nacht” precies is, staat niet in de CROW-tabel, maar wel in de rapporten die bureaus voor gemeenten maken. In een parkeeronderzoek voor de gemeente Apeldoorn uit 2019 staat: “Het algemene representatieve moment om bewoners te meten is een nachtperiode tussen 23:00 en 07:00 uur op een doordeweekse dag.” Het parkeeronderzoek van de gemeente Haarlem uit 2024 telde in de dinsdagnacht tussen 23:00 en 01:30 uur.
Wat de gemeente ervan vindt
Welke momenten je meet, bepaal je niet alleen. In alle Limburgse nota’s die we hebben nagelezen, heeft de gemeente daar een stem in. Ook de grens voor wat nog een acceptabele parkeerdruk is, verschilt per gemeente.
| Gemeente | Wie bepaalt de meetmomenten | Grens na het plan |
|---|---|---|
| Venlo | In overleg met de gemeente, inclusief de uitgangspunten | 70 procent buiten het centrum, tot 85 procent met toestemming van het college |
| Maastricht | In overleg: gebied, momenten en bijzondere omstandigheden | 80 procent op gebiedsniveau |
| Sittard-Geleen | In overleg, minimaal werkdagen én een zaterdag | 85 procent, inclusief het tekort van het plan |
| Bergen (L.) | Bepaald of goedgekeurd door de gemeente | 85 procent op de drukste momenten |
Maastricht is het meest concreet over wat er vooraf wordt vastgelegd. De nota noemt drie dingen die “in onderling overleg tussen gemeente en initiatiefnemer” worden bepaald: “De omvang van het onderzoeksgebied; in welke straten gaat worden geteld? Op welke momenten van de dag/week gaat worden geteld? Eventuele bijzondere omstandigheden waar rekening mee gehouden dient te worden.”
Sittard-Geleen schrijft de momenten deels voor: de meting “dient minimaal in twee perioden (werkdagen en zaterdag) te worden uitgevoerd”. Bergen (L.) eist dat de tellingen worden uitgevoerd “door een onafhankelijk onderzoeksbureau” en dat de parkeerdruk “op de drukste momenten onder de 85% is en ook na realisatie van het initiatief op de drukste momenten onder de 85% blijft”.
Een voorbeeld met echte getallen
Venlo geeft in zijn nota een rekenvoorbeeld dat precies laat zien waar zo’n meting voor dient. Een bouwplan komt tien parkeerplaatsen tekort. Binnen loopafstand liggen honderd openbare parkeerplaatsen. Uit een parkeerdrukonderzoek blijkt dat daarvan “op de maatgevende werkdagavond” zestig bezet zijn: een parkeerdruk van 60 procent.
Komen de tien auto’s van het plan erbij, dan staan er zeventig van de honderd plaatsen vol. Dat is 70 procent, en dat is precies de grens die Venlo buiten het centrum hanteert. De nota concludeert: “Omdat de gemeente dit als een acceptabele parkeerdruk beschouwt gaat de gemeente akkoord.”
Let op het moment in dit voorbeeld: de werkdagavond, niet de nacht. In dit plan zitten ook andere functies dan wonen, en de balans wees de avond aan als drukste moment. Het maatgevende moment volgt dus uit het plan, niet uit een vaste regel.
Wanneer je juist niet meet
Een meting moet een gewone dag laten zien. Sittard-Geleen zegt daarom dat metingen “niet mogen plaatsvinden in vakantieperioden en/of feestdagen, om een representatief beeld te kunnen verkrijgen”. In een schoolvakantie zijn veel bewoners weg en staat een straat leger dan normaal.
Andere gemeenten noemen meer verstoringen. Nijmegen schrijft in zijn spelregels voor het invoeren van betaald parkeren: “Indien er gedurende het onderzoek grootschalige infrastructurele werkzaamheden of evenementen zijn in het te onderzoeken gebied, of sprake is van een vakantieperiode dan kan geen representatief onderzoek worden uitgevoerd.” Delft eist een meting “op een representatief moment (niet in een vakantieperiode, bij werkzaamheden, etc.)”. Sint-Michielsgestel houdt het algemeen: er moet “rekening gehouden worden met speciale omstandigheden die een afwijkend parkeerbeeld tot gevolg kunnen hebben”.
Hoe vaak je meet
Eén telling per moment is voor veel gemeenten niet genoeg. Delft wil dat er “in twee verschillende weken gemeten” wordt “op dagen en dagdelen waarop de parkeervraag het hoogst is”. Sint-Michielsgestel is het duidelijkst: “Elk representatief meetmoment moet minimaal twee keer gemeten worden.” Nijmegen laat een parkeerdrukonderzoek “gedurende 14 dagen” lopen, “op minimaal twee werkdagen (dinsdag en donderdag)” en “op twee zaterdagen”.
De reden staat er niet bij, maar volgt uit de eis dat een meting representatief moet zijn: wie twee keer op hetzelfde dagdeel telt, ziet of een volle straat een patroon is of een toevallige dag.
Wat je hiermee doet
Bepaal eerst welke functies er in het plan of het gebied zitten. Daaruit volgt welk dagdeel maatgevend is. Woningen: de werkdagnacht. Winkels: de zaterdagmiddag. Een mix: meerdere momenten.
Leg de meetmomenten vast met de gemeente vóórdat er geteld wordt. Elke nota hierboven vraagt daarom.
Plan buiten vakanties, feestdagen, wegwerkzaamheden en evenementen.
Meet elk moment minimaal twee keer, liefst in twee verschillende weken. Dat is wat Delft en Sint-Michielsgestel letterlijk eisen.
Een parkeerdrukmeting door ParkLab begint altijd met dit gesprek: welk moment doet ertoe, en wat verlangt de gemeente. Op verzoek stemt ParkLab de meetmomenten rechtstreeks met de gemeente af.
Verder lezen
- Parkeerbalans opstellen: hoe de berekening werkt, over de aanwezigheidspercentages waarmee je het maatgevende moment berekent
- Parkeernormen in Limburg: welke nota geldt waar, met per gemeente de nota waarin deze eisen staan
Deze pagina veroudert
Wat een gemeente eist van een meting, staat in haar eigen nota, en die wordt af en toe vervangen. Dit artikel is voor het laatst bij de bron nagelopen in september 2026. Controleer bij een aanvraag altijd de actuele nota van je eigen gemeente.
Bronnen
- CROW-kennisbank, Handboek parkeren, onderdeel Parkeerdrukmeting (geraadpleegd op 2 september 2026)
- CROW-kennisbank, Parkeerkencijfers 2024, onderdeel Parkeerbalans (tabel 13, aanwezigheidspercentages) (geraadpleegd op 2 september 2026)
- Nota parkeernormen Venlo 2026, stap 7 en rekenvoorbeeld bijlage 9 (geraadpleegd op 2 september 2026)
- Nota parkeernormen gemeente Maastricht 2021, paragraaf 5.3.6 en rekenvoorbeeld transformatie (geraadpleegd op 2 september 2026)
- Nota Parkeernormen Sittard-Geleen Parkeernormensystematiek, onderdeel Parkeerdrukmeting (geraadpleegd op 2 september 2026)
- Nota Parkeernormen gemeente Bergen (L.), geldend sinds 9 mei 2023 (geraadpleegd op 2 september 2026)
- Nota Mobiliteitsnormen Heerlen 2023, Gemeenteblad 2024 nr. 233398 (geraadpleegd op 2 september 2026)
- Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023, minimale eisen aan een parkeeronderzoek (geraadpleegd op 2 september 2026)
- Nota parkeernormen 2025 gemeente Sint-Michielsgestel, vereisten parkeerdrukmeting (geraadpleegd op 2 september 2026)
- Spelregels invoering betaald parkeren 2026, gemeente Nijmegen (geraadpleegd op 2 september 2026)
- Parkeeronderzoek Apeldoorn omgeving Imkersplaats 38, Bureau de Groot Volker in opdracht van de gemeente Apeldoorn, 4 april 2019 (geraadpleegd op 2 september 2026)
- Parkeeronderzoek Haarlem 2024, rapportage in opdracht van de gemeente Haarlem, 26 september 2024 (geraadpleegd op 2 september 2026)